de Paddenstoel (nr.79, okt 2010)

 Opgeruimd staat netjes

In de 17e eeuw, de Gouden Eeuw, komt ’ De Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden’ door nieuwe technologieën in ander vaarwater met veel rijkdom voor de elite. De Nederlandse vloot domineert de wereldhandel. Vele bossen worden gekapt voor het hout van de schepen. Deze ontbossing is er volgens dit nieuwe sprookje, er mede de oorzaak van dat de paddenstoelen zijn ontstaan om de rotzooi op te ruimen. Luister:

Gezaagd hout is de lekkerste geur die de kleine Froutje kent. Ze speelt  niet met poppen maar met de houtkrullen op de werf en tikkertje met verstop in de in aanbouw zijnde schepen. Waar scheepsbouwer Stoel zich ook vertoont, zijn enige dochter is aan zijn zijde, ze deelt zijn liefde voor mooie houten schepen. Iedereen kent de fleurige Froutje met haar kleurrijke hoedjes. De vader van Froutje Stoel is de belangrijkste scheepbouwer van de Lage Landen en een vernieuwer. Zijn schepen zijn niet alleen groter maar varen ook sneller door het samenspel van de verschillende grote zeilen.
 “Kleine meid, ik ga op onze scheepswerven nog veel betere schepen bouwen. Onze landen hebben ze nodig. Wij zijn de machtigste  zee- en handelsnatie ter wereld! Willen we Engeland de baas blijven, dan  hebben we slimmere en snellere schepen nodig. En jij gaat dat allemaal meemaken!”
Al jong begeleidt ze haar vader een keer tijdens zijn reis op zoek naar goed hout. Het hoogtepunt vormt de tocht met de houthakkers in de wouden, op zoek naar de kolossale bomen voor de grote sterke masten. Overal in het land worden de grootste en sterkste bomen gekapt voor de handelsvloot van de Republiek.
Na de dood van haar vader zet ze met haar man voortvarend de scheepsbouw voort. In een tijd waar wanorde en stank normaal lijken, onderscheiden haar werven zich omdat ze schoon en ordelijk zijn. Maar Froutje verlangt terug naar de tocht die ze als kind naar de wildernis maakte. Na vele jaren reist ze weer per koets naar de uitgestrekte wouden van weleer om de beste stammen uit te zoeken.
Eindeloze rijen karren ratelen richting kust, beladen met dikke boomstammen. Ze weet niet wat ze ziet. De wegen lopen niet langer langs dichte bossen, maar door open, kaal geslagen velden. Overal liggen hopen takken en wortelstronken in het land. ’t Is een waar slachtveld. Alleen diep in de wouden staan nog enkele reusachtige bomen.  
Onthutst stapt ze uit en tegen haar reisgenoten zegt ze: “Wij scheepsbouwers hebben zoveel hout nodig, dat we de bossen vernield hebben. Ook ìk ben hier verantwoordelijk voor. Ik schaam me diep en wil mijn verdere leven wijden aan het herstel van de bossen.” Na deze woorden loopt Froutje de leeg gekapte bossen in om nooit meer terug te keren.
Jaar in jaar uit zien de dorpelingen een vrouwtje met kleurrijke hoedjes, takken sjouwen om jonge boompjes ruimte te geven uit te groeien. De dorpelingen lachen haar uit en ten slotte vergeten ze haar.
Het jonge groen groeit ondertussen uit tot stevige bomen. Maar niemand denkt meer aan fleurige Froutje als ze vele jaren later door de nieuwe bossen lopen, waarin de korhoenders, herten en vossen zijn teruggekeerd. Wel verbazen ze zich over nieuwe planten, of, zijn het wel planten? Nieuw zijn de talrijke kleine vreemd gevormde bolletjes met een verscheidenheid aan fleurige hoedjes. Als ze de rare plantjes onderzoeken, ontdekken ze dat het bosopruimers zijn. Onder de verdorde bladeren lopen dunne witte draden over het rottende hout,  eindigend in een vrucht boven de grond. Ze ontdekken dat sommige paddenstoelen op bomen groeien die ernstig ziek zijn, andere vooral op rottend hout en weer andere groeien op herfstbladeren. Een oude man herinnert zich dan het gekke vrouwtje dat jaren geleden de gekapte bossen opruimde. Sindsdien weten de dorpelingen het zeker: die nieuwe gewassen moeten het betoverde bosvrouwtje zijn met haar fleurige hoedjes, de

groeistadia vliegenzwam©foto Els Baars

vliegenzwam©foto Els Baars
foto boven: van rechts naar links de groeistadia van de vliegenzwam, onder: oudere vliegenzwam, de stukjes vlies zijn bijna verdwenen, foto © Els Baars, (1 x klikken is vergroten)

bosopruimster. De mensen noemden het nieuwe gewas ‘Paddenstoel’, naar mevrouw Stoel en naar de kleine padjes die zo graag onder de hoedjes in de vochtige bosgrond  zitten. En, wordt er gefluisterd ,’s nachts dwalen er heksen rond....

In de geschiedenis zijn diverse beschavingen ten onder gegaan doordat ze de natuurlijke hulpbronnen hebben uitgeput, zoals de Paaseilanden. De ontbossing van de Lage Landen komt voor een deel op het conto van de scheepsbouw in de Gouden Eeuw, toen de Nederlanden een toonaangevende zeevaart- en handelsnatie waren. Ook Ierland en delen van Engeland zijn ontbost voor de omvangrijke Engelse vloot die de hegemonie van de  Republiek overnam.
Paddenstoelen zijn plant noch dier, zo vormen een apart groep. Ze maken geen bladgroen aan. De meeste leven van levende of dode organismen, soms ten koste van de boom, bv de berkendoder, soms in symbiose met de berk,  bv de vliegenzwam. Vaak leven ze van dode materialen die ze ‘verteren’ om aan voedsel te komen. Een paddenstoel is de vrucht met sporen (zaden) van een draderige ondergrondse massa. (Zie verder de interessante site http://www.ivnvechtplassen.org/a-padde.html)

Kies uw taal: