de Gans (nr.80, dec.2010)

 Gevleugelde waakhonden

In de Griekse tijd werden de tempels bewaakt door groepen ganzen. In latere eeuwen beschermden deze gevleugelde waakhonden ook boerderijen.Ze lijken wel te blaffen en zijn tegen indringers bijna net zo fel als honden. Hoe dat zo gekomen is leest u in dit nieuwe sprookje.

In lang vervlogen dagen eiste natuurgeweld vele slachtoffers. ‘Rampspoed is de straf van de natuurgoden’, dachten de mensen toen. ‘Je kunt ze beter te vriend houden door ze geschenken te geven.’ Men wist zeker dat de goden het voedsel, neergelegd in mooi versierde takkenhutjes, dankbaar in ontvangst namen, de geschenken waren de volgende dag immers verdwenen. Dat de gaven gestolen werden kwam niet in ze op.

De berin was enorm, de klauwen afschuwelijk. De kleine familie van Anser werd onverhoeds aangevallen door een hongerige berenfamilie. Anser zag ontzet dat een beer in één klap een mens kon vermorzelen. De arme mensen verdedigden zich uit alle macht, maar werden verpletterd of zwaar verwond. In de dagen daarna stierven verzwakt door hun verwondingen en de vorgeingevallen winterkou, de overlevenden een voor een. Alleen de 14 jarige Anser overleefde. Eenzaam en angstig liep ze door de zompige velden tussen de Rijn en de Maas. Ze zocht haar weg door de moerassen en de bossen van het land, waar de machtige rivieren in de lente overstroomden en de zee in barre tijden binnendrong. Ze leefde van vis, eieren, bessen, noten en zaden die ze onderweg vond. Ze had zichzelf aangeleerd bij het minste gevaar hard te schreeuwen toen ze ontdekte dat ze roofdieren met lawaai kon afschrikken.
De rondtrekkende groepen waren vijandig naar Anser. Eenzaam als ze was, praatte ze vaak hardop: “Ik wil zo graag bij een andere rondtrekkende familie horen. Maar niemand wil een extra mond om te voeden.”
Op een dag liep ze hongerend door de uitgestrekte broekbossen en ontdekte dat de familie die haar de dag ervoor had weggejaagd dagelijks offerandes voor de goden neerlegden. Lange tijd volgde ze op grote afstand de groep en at hun gaven iedere avond op. Ze wist dat ze de goden daarmee ontstemde en dat het slecht met haar zou aflopen, maar de honger overwon haar angst. Iedere keer beloofde ze: “ lieve goden, ik zal alles goed maken en teruggeven, zodra een familie voor me zorgt. Ik moet wel stelen, anders ga ik dood.”
Op een dag ontmoette ze een jongen die  net als zij, noodgedwongen alleen rondzwierf. Samen trokken zij verder. Ze voelde zich veilig bij hem. Trouw liet Anser onderweg kleine geschenken voor de goden achter als dank dat ze het had overleefd en dat haar metgezel zo goed voor haar was.
Enige jaren later zocht Anser tijdens noodweer met man en kinderen beschutting in de bossen van de delta van de Maas. De door de slagregens overvolle rivier overstroomde het land. De volle maan trok het zeewater hoger dan ooit te voren en zware stormen stuwden het zeewater het land op.
Haar gezin zat in de val. Ze wist dat haar einde nu echt gekomen was, ze zouden allemaal verdrinken Dit was de straf van de goden voor alle voedsel dat ze in het verleden had gestolen. Wanhopig brulde ze in de storm: “ik ben nog niet klaar met terug geven. God van de stormen, als ik overleef bouw ik een tempel voor je, en geef ik je het beste voedsel!”
  

grauwe ganzen © foto Mike Melis
   vliegende grauwe ganzen foto © Mike Melis (1 x klikken = vergroten) 

Luisterde de god van de stormen? Juist op het moment dat de golven haar gezin wilde verzwelgen, veranderden ze in stevige grijsbruine vogels, waardoor ze net op tijd konden opvliegen uit de golven.
Anser vloog voorop, weg van het noodweer.Dagenlang trokken ze zuidwaarts tot ze in de verte op de top van een kleine berg een tempel zagen schitteren in de zon. Daar streken zij neer en zijn er nooit meer weggegaan. Vanaf die dag  bewaakten ze de tempel. Bij onraad gakten en blaften de grote vogels luid en liepen met zijn allen dreigend op de overvallers af, zodat deze spoorslags het hazenpad kozen. Door haar eigen ervaringen, nam Anser vanaf die dag iedereen die eenzaam rondzwierf en veiligheid zocht, welkom op in haar groep.
Sindsdien leven er bijzondere waakhonden op twee poten: ganzen, de nazaten van Anser en de ontheemden die zich in de loop van de tijd bij haar voegden.

Ganzen lijken nog steeds op mensen: ze leven in grote groepen, zijn heel slim,waakzaam, zorgen goed voor elkaar, maken samen plezier en de kinderen groeien op in crèches.

Tot enkele jaren geleden overwinterden de grijze ganzen (Anser) massaal in Nederland en België, om in het voorjaar enkele duizenden kilometers noordwaarts te trekken om in Scandinavië en noord Rusland te broeden. Door veredeling en kunstmest is het kort gemaaide gras in onze weiden net zo eiwitrijk als het jonge gras op de toendra’s in het hoge noorden die de jonge ganzen nodig hebben. Steeds meer ganzen trekken daarom niet meer weg in de lente, vooral de grauwe gans blijft massaal.Veel mensen betalen dure reizen om in Afrika onder meer de enorme kuddes gnoes en zwermen kraanvogels te kunnen bewonderen. Boos zijn we als men in Afrika sommige soorten bejaagd door de overlast of hun biotoop verkleint. Nu willen we hier de ganzen neerschieten omdat ze te veel last veroorzaken…. Ga eens in de winter naar de Waddenzee of de delta van de Schelde en geniet bij zonsopgang van het gezoef van duizenden ganzenvleugels die naar de weilanden trekken, om bij de schemering weer massaal terug te vliegen naar hun slaapplaatsen op open water. Ik vind het iedere keer weer indrukwekkend.


Kies uw taal: