de Huisslak, nr 82, mei 2011

 Een weekdier met heimwee.

Planten en dieren voegen zich naar de omstandigheden. Dat gaat soms ver. Om niet uit te drogen, en om zich te beschermen tegen vijanden woont de huisslak niet alleen 24 uur per dag in zijn huisje, maar loopt ook met zijn huis op zijn rug rond. Wie doet hem dat na? Hoe dat zo gekomen is, leest u in dit sprookje.

Er zijn verlegen dieren, bange dieren, drukke, snelle, langzame, uitbundige, bescheiden, stille, slimme en domme dieren.
Op een dag gaf de koning van de dieren in ons land, het edelhert, een feest. Alle dieren waren uitgenodigd. De koning met zijn statige tred en zijn indrukwekkende gewei, vond het vanzelfsprekend dat alle dieren gehoor zouden geven aan zijn uitnodiging.
Natuurlijk was de hermelijn er, en de merel, de zeehond, de eekhoorn, de spin, maar ook het wilde zwijn en de muis met hun vele kinderen. Het was een gezellige bende en er was eten in overvloed.
De koning bekeek het gekrioel van zijn onderdanen met genoegen. Plots riep hij verongelijkt uit: “Ze zijn niet allemaal gekomen. Ik mis er een! Hoe haalt de slak het in zijn hoofd niet te verschijnen? Dat is niet alleen onbeleefd, het is…onbetamelijk!”
De ree die dit hoorde voorzag problemen voor de slak en rende naar de steen waar de slak onder woonde.
“Waarom ben je niet gekomen, slak?” vroeg de ree, “het is onbeleefd naar de koning.”
“Ik ben het liefst alleen thuis. Ik vind het buiten in het veld niet zo leuk. Het is er licht en warm en dan droog ik uit. Ik ben ook zo lang onderweg voor ik ergens ben, en dan ben ik altijd bang dat ik mijn huis niet meer kan terugvinden tussen alle bladeren. En weet je, ik ben te verlegen tussen al die vrolijke en drukke dieren. Nee, ree, ik kom liever niet.”
De ree, die ook niet zo van al die drukte hield, snapte de slak heel goed. Hij vroeg hulp aan de geheimzinnige watervleermuis, die geruisloos vliegt in schemer en duisternis.
 “Geen probleem” piepte de vleermuis, “ik kan er wel voor zorgen  dat hij zich overal thuis zal voelen, waar hij ook is.”

 

 

  huisslak

Ongelovig raspte de slak zachtjes “Als dat kan, vleermuis, graag.”
Tot zijn stomme verbazing, voelde het weekdier dat er direct een stenen huis om hem heen groeide. Hij paste precies, als een jas.
“Nu zal je je overal thuis voelen, slak, met je huis altijd bij je. Je hebt ook geen angst meer om te verdrogen, en je zal nooit meer verdwalen.”
De slak bedankte de watervleermuis.
Zo werd de slak het enige dier in ons land dat zijn huis altijd bij zich heeft.

Een huisslak heeft een meegroeiend huisje. De ringen geven de leeftijd aan. Het zijn overwegend nachtdieren, al zijn ze ook actief tijdens en direct na regens. Het zijn overwegend nuttige weekdieren die afval, zoals afgevallen blad opruimen. Hun poep is vruchtbare aarde.


Met dank aan Carla Glorie. Vrij naar ‘zininverhalen.nl’

huisslak

Kies uw taal: