| |
| |
013 November 2004 De stoere den en de mooie larix
13. DE STOERE DEN EN DE MOOIE LARIKS (nov 2004)
Een grove den en een fijne lariks stonden al vele jaren naast elkaar aan de kop van een oud park aan de rand van de stad. Ieder jaar werden ze groter en trotseerden hete zomers, ijskoude winters, brandende zon en zware herfststormen. De lariks kleurde iedere herfst vurig geel rood en liet haar tere naalden vallen. Ze ging kaal de winter door. De grove den pronkte zomer en winter trots met zijn grote,scherpe donkergroene naalden en voelde zich vooral in de winter sterk en mooi naast de kale lariks. Het was op een warme nazomeravond toen de den tegen de lariks zei: "buurvrouw, ik zie dat je eerste naalden alweer wat gelig worden. Waarom laat je toch ieder jaar weer je naalden vallen? Je bent maanden niet om aan te zien met je kale takken. Dat steekt schraal af naast mijn sterke groene naalden." De lariks knisperde met haar takjes en zei: "Beste den, we zijn beiden een boom, maar toch zijn we heel verschillend. Als boom oogst ik in de herfst veel bewondering van de mensen. En de aarde ontvangt mijn naalden dankbaar en maakt er goede humus en voeding van voor de planten aan mijn voeten. De winterstormen zullen mij niet snel vellen doordat de wind makkelijk langs mijn kale takken giert. Jij en je soortgenoten lopen een groot risico om te breken door jullie zware naaldenlast. En bovendien, beste den, ben ik ieder jaargetijde anders, ik ben nooit saai hetzelfde zoals jij, die er zomer en winter, lente en herfst eender uitziet. We zijn anders, maar niet beter of slechter."
|
Lariks © Foto Els Baars En toen begreep de grove den dat hij in de winter de aandacht van de mensen kreeg als op de groene takken de witte sneeuw lag en dat de lariks de mensen bekoorde in de lente met haar tere groen en in de herfst met haar goudgele naalden. |
|