043. Vergeet-me-nietje

Het vergeet-mij-nietje (nr 43, mei 2007)


Bijna overal ziet u de kleine, blauwe bloemetjes van het vergeet-mij-nietje in wegbermen, bosranden, slootkanten en weiden groeien. Heeft u zich wel eens afgevraagd hoe het aan haar bijzondere naam is gekomen? Luister:


Toen de planten werden geschapen kregen ze van God niet alleen een vorm, een geur en een kleur, maar ook een naam. Onder de nieuwe planten was ook een lief, klein, blauw bloemetje met een prachtig geel hartje. Onder de indruk van alle gebeurtenissen bij de Schepping keek ze met grote ogen rond hoe alle planten een naam kregen en vergat op te letten. Toen alle planten een naam hadden gekregen, was ze haar eigen naam vergeten.“Weet jij hoe ik heet?” vroeg ze aan alle grote en kleine planten, ”ik ben mijn naam vergeten”. Maar geen enkele plant kon het haar vertellen.Na lang aarzelen ging ze tenslotte naar de Schepper en zei: “Ik ben een beetje dom, ik ben mijn naam vergeten. Hoe heet ik?” Deze keek haar hoofdschuddend aan en antwoordde slechts met drie woorden: “Vergeet mij niet!” Beschaamd kroop het plantje weg, tussen het hoge gras. En daar staat ze vandaag de dag nog steeds. Altijd steekt ze haar blauwe kopje tussen de begroeiing uit. En als iemand vraagt hoe ze heet, antwoord ze nog altijd beschroomd: “vergeet mij niet”. En dat is een naam die iedereen kan onthouden, want het vergeet-mij-nietje is een plantje dat bijna iedereen van naam kent.

 


vergeet-mij-nietje; © foto Els Baars


Het Vergeet-mij-nietjes (Myosótis) behoort tot de
Ruwbladigenfamilie, waar ook het slangekruid, het
longkruid en de smeerwortel onder vallen. Kenmerkend voor deze familie zijn de ruwe haren op bladeren, steel
en zaadjes. Om de haren van het vergeet-me-nietje te
zien heeft u een loep nodig. In Nederland zijn zeven
vergeet-mij-niet soorten. Moeras- en Zompvergeet-mij
-nietjes, staan op vochtige bodems en de zaadjes worden vooral verspreid via het water. De andere vijf groeien
op open, droge bodems en via de stugge haren (klitjes)
op de minieme zaadjes haken ze zich vast aan
passerende dieren, die voor de verspreiding zorgen. Vliegen zorgen voor de bestuiving van de bloemetjes.


 


 

Kies uw taal: