de Kaardenbol, (nr. 49, nov 2007)

In de winter ziet u de grote kaardenbol regelmatig uitsteken boven het dorre landschap. Engelen schonken een arme man kaardenbollen als dank voor de gastvrije ontvangst. Hoe dat zo gekomen is hoort u in deze Arabische sage:

Lang, heel lang geleden  werd er op een avond op de deur geklopt van een klein vervallen huisje. Twee vermoeide mannen vroegen de arme bewoner om een slaapplaats voor de nacht. Gastvrij deelde hij met hen zijn schaarse voedsel en ruimde in zijn kleine huisje een plekje in voor de nacht. De reizigers bleven een paar dagen, waardoor zijn bescheiden voedselvoorraad uitgeput raakte. Op de derde avond verontschuldigde de arme man zich beschaamd: ”Graag zou ik u gastvrij onthalen, maar ik ben slechts een arme man. Ik kan u, mijn gasten, geen maaltijd meer aanbieden. Al het eten is op. Ik adviseer u bij mijn buurman aan te kloppen, hij is een rijk man.” De twee reizigers werden echter bij de deur van het witte stenen huis afgescheept met enkele munten. De beide buurmannen keken ieder door hun eigen raam naar buiten  toen de reizigers vertrokken. Verbijsterd zagen ze hoe de beide mannen plotseling in twee engelen veranderden en terugkeerden. De engelen gaven de arme buurman een klein pakje zaad en de rijke buurman een groter pakje zaad. Direct strooiden beiden verwachtingsvol de zaden op hun land en wachten gespannen af wat deze hemelse zaden zouden voortbrengen. De ongastvrije buurman zag dat uit zijn zaad prachtige bloemen te voorschijn kwamen, maar zij  bloeiden slechts één dag. Hij kon de bloemen niet alleen niet verkopen, maar het bleek een hardnekkig onkruid dat zijn andere gewassen overwoekerde. Binnen een paar jaar was hij een arm man.Teleurgesteld was ook de gastvrije arme buurman toen er bij hem alleen maar hoge distels opkwamen met stekelige kolven, vreemd bloeiend met laagjes blauwe bloempjes. Op een nacht kreeg de arme man in een droom een boodschap: “Laad de distelbollen op een kar en verkoop ze op de markt van de stad aan schapenboeren. Zeg hen dat ze hiermee beter hun wol kunnen kaarden.” De volgende dag toog hij met een volle kar stekelige bollen naar de grote markt en keerde met veel geld huiswaarts. Binnen een paar jaar was hij een rijk man. Sindsdien gebruiken schapenboeren deze bollen om hun wol te kaarden[1] en worden ze kaardenbollen genoemd.



[1] Kaarden is het uit elkaar kammen van wol voordat de wol wordt gesponnen. Het kaarden gebeurt nu met ijzeren kammen.

 

 kaardebol, www.natuurverhalen.nl
      bloeiende kaardenbol met hommel  (1xklikken=vergroten)

In het Latijn heet de grote kaardenbol dípsacus fullónum. Dipsacus betekent drinkbeker: de stengelbladeren zijn aan de voet vergroeid tot een trechtervormig bekken waarin zich regenwater verzamelt; kleine dieren als insecten drinken eruit. De talrijke bloempjes staan op een gemeenschappelijke bloembodem, die de vorm heeft van de karakteristieke stekelige bol. De bloei verloopt heel apart: deze begint in het midden, de lichtblauw-paarse bloemetjes bloeien in een ring waarna de bloei zich opdeelt, één deel schuift laag voor laag bloeiend omhoog en het andere deel  naar beneden. Veel bijen, vlinders en zweefvliegen bezoeken de bloemetjes. Onder aan de middennerf van het blad en aan de stengels zitten talrijke venijnige stekels. De verdorde plant blijft maanden staan en siert in de winter het dorre landschap. 
 
Dit is de Arabische sage ‘de arme en de rijke man”, uit het boek ‘Bloem-mythen en legenden’ , Tine Cool, 1928, die ik heb bewerkt. Met veel dank aan Beppie van der Wegen, IVN Westfriesland, die me dit boek schonk.

Voor meer natuursprookjes, klik op: Overzicht alle natuursprookjes

 

Kies uw taal: