| |
| |
60, Het ontstaan van de Mol
HET ONTSTAAN VAN DE MOL (nr 60, nov 2008)
Mollen zien we niet vaak. Deze onderaardse zoogdieren zijn snelle gravers, ze kunnen tot wel 15 meter gang per uur graven. Ze eten vooral ongewervelde dieren, zoals regenwormen en insectenlarven. Waarom ze leven van dieren zonder skelet verhaalt het volgende Duitse sprookje:
In de donkere middeleeuwen leefde er een rijke ridder die zo gierig was dat hij zelfs in de winter zijn kasteel niet verwarmde. Hij hield zichzelf warm in een lange zwarte bontjas. Een jaar lang liet hij een slager vlees bezorgen zonder hem te betalen. "Ik zal geen vlees meer brengen, als ik nu mijn geld niet krijg!" dreigde de arme slager toen hij voor de zoveelste keer op de stoep van het kasteel stond met zijn rekening. De gierige ridder beval hem te wachten, draaide zich om en liep naar binnen. Na een poosje kwam hij terug met een kruiwagen vol benige resten van koteletten, karbonades en kippen. "Je zegt dat je zoveel kilo vlees aan me hebt geleverd," sneerde de gierigaard "maar dat klopt niet. Je hebt me afgezet, botten zijn geen vlees. Trek het gewicht van deze kluiven af, want ik betaal je alleen voor het vlees dat ik heb gegeten."
Het jaar daarna liet de ridder een andere slager zijn vlees bezorgen en ook hem weigerde hij de botten van de kip en de karbonades te betalen. Zo lukte het de vrek om vijf jaren achtereen verschillende slagers uit de omliggende dorpen te bedriegen. Toen de slagers ontdekten dat hij ieder jaar een ander slachtoffer vond, staken ze de koppen bij elkaar en overlegden met alle slagers in de wijde omgeving. "Het is een schande dat hij ons afzet, dat gaan we hem betaald zetten!" besloten ze eendrachtig. Zij waren zo boos over de krenterigheid van de rijke ridder, dat zij te samen vurig wensten de edelman in een dier te mogen veranderen. Een van hen riep smalend: "Ik wil hem veranderen in een dier dat alleen kan leven van andere dieren zonder botten." En zie daar, de wens werd ter stond vervuld. De rijke gierigaard veranderde in een zwart pelsdiertje, een mol. Hij kon alleen nog maar ongewervelde dieren eten, dieren zonder skelet zoals regenwormen, maden en larven. De betoverde ridder vond zijn gedaanteverandering zo smadelijk dat hij wel door de grond wilde zakken van schaamte. En dat gebeurde. |  Sindsdien leeft hij onder de grond. Af en toe heeft hij heimwee naar zijn vorige leven als mens en dan graaft hij zich naar boven en kijkt even naar de lucht en de velden. Helaas is dit voor hem van slechts korte duur, want er ligt altijd wel een hermelijn of een roofvogel op de loer die dol is op een molletje. Daarom steekt hij weinig zijn lange roze neus boven de grond uit.
Mollen zijn kleine zoogdieren van 20 cm met een zwarte bontjas, een lange roze snuit en sterke graafpoten. Ze leven solitair ondergronds in gangen, hebben een eigen territorium en kunnen 3 tot 7 jaar oud worden. Onder de grond worden ze alleen bedreigd door droogte en overstromingen. Bovengronds zijn er tal van kleine roofdieren en roofvogels die op hen jagen. Jonge mollen zoeken een eigen territorium zodra ze hun nest verlaten. Dat doen ze bovengronds en dan zijn ze kwetsbaar voor rovers.. Mollen zijn heel nuttig, ze eten niet alleen veel insectenlarven, ook verbeteren ze de bodemkwaliteit door de aarde om te woelen. |
|