028 Februari 2006 Waarom de kerkuil in de toren ma


28. WAAROM DE KERKUIL IN DETOREN MAG WONEN
(febr 2006)
Op een winderige avond in oktober liet de volle maan zich regelmatig zien tussen de voortrazende wolken. In een boerenschuur had ik het voorrecht om een familie kerkuilen te observeren. Imponerende geruisloos vliegende witte vogels in de duisternis. De ouders vlogen af en aan door de grote schuurdeuren. In de spouwmuur zat een nest jongen. Het gesis zal ik nooit vergeten.

Er was een pastoor die elke dag na het middageten met zijn dienstbode een wandelingetje door de tuin maakte. De vogels die de twee begluurden, dachten er het hunne van.
De merel riep, zodat iedereen het kon horen: "zie die twee, zie die twee".
De vink viel hem spottend bij: "Jij,jij,jij, jij. Jezwiet"
En de andere vogels bleven niet achter.
De uil kon die kwetterende bemoeials niet uitstaan. Men moest in de wereld kunnen horen, zien en zwijgen, vond hij. En hij riep de roddelaars tot de orde: "Sst! Ssst! Ssst!"
De pastoor was hem dankbaar. De uil mocht in de kerktoren wonen, en hij woont er nog.

Uit: Honderd en Een Sprookjes van de Lage Landen, E.de Jong en H.Sleutelaar, 1979

Kerkuil; Foto Mike Melis

Kies uw taal: