025 November 2005 De klagende plevieren

25. DE KLAGENDE PLEVIEREN (nov 2005)

I
n de herfst en de winter zien we boven ons land grote groepen kievieten, die deels in Nederland zijn opgegroeid en voor een belangrijk deel bestaan uit soortgenoten uit noord en oost Europa. Als u goed kijkt ziet u dat tussen deze vrolijk duikelend zwart witte vogels ook veel slankere lichtgekleurde vogels meevliegen. Dat zijn de goudplevieren uit o.a. Lapland. Waarom de plevieren naar de regen genoemd zijn, leest u in het volgende legende.

God schiep de aarde met al zijn bewoners in één week en kon toen uitrusten van al dat harde werken. Maar het werk was voor de bewoners van de aarde nog niet klaar, zij moesten nog veel details afmaken. De zee oefende met eb en vloed, de juiste timing zoekend. Muizen zaaiden graszaad in zodat zij in de winter eten konden vinden in de bevroren aren. Het varken had nog geen staart. En de seizoenen moesten nog hun regelmaat en eigen karakteristieken ontwikkelen. Zo sneeuwde het soms in de zomer en dat kon natuurlijk niet. God gaf aanwijzingen vanuit zijn luie stoel.
Zo had God de vogels de opdracht gegeven de uitwerking van de afwatering te verzorgen. Geulen en greppels moesten gegraven worden om het overtollige water via de rivieren naar zee te laten afvloeien. Alle vogels deden enthousiast mee aan deze belangrijke taak.



Goudplevieren met op de achtergrond kieviten
© Foto Kees Keizer

Alleen de plevieren weigerden. Zij wilden hun tere snavels niet blootstellen aan de stenen. Terwijl alle vogels geduldig groeven, duikelden de plevieren in grote groepen vrolijk fluitend door het luchtruim.
God was ontstemd over hun gedrag en strafte hen door hun vrolijke gefluit om te vormen tot een klagend gepiep om water. Dat is de reden waarom de plevieren vanaf die dag nog alleen klagelijk kunnen roepen om regen. Daarom weten we nu nog steeds dat als de plevieren piepen, de regen weldra zal vallen. En daarom dragen ze als naam plevier, afgeleid van pluvia, wat regen betekent.

Kies uw taal: