9. DE LISTIGE WISSEL MET DE BRANDNETEL (juli 2004) Veel natuursprookjes zijn overleveringen die al vele, vele generaties van mond tot mond werden doorverteld. In vervlogen eeuwen deden veel verhalen over goed en kwaad, over God en de Duivel de ronde. Hier is weer een duivelssprookje.
Toen God de hemel en de aarde schiep zorgde hij ook voor het voedsel van mens en dier. De muizen kregen de graszaden, de zwijnen de eikels, de eekhoorns en de spechten de dennenappels en de puttertjes de elzenzaden. En omdat God niet de beroerdste was, kreeg de duivel boekweit en haver en deze was er mee in z’n nopjes. Maar in die dagen waren boekweit en haver het hoofdvoedsel van de mensen in de Lage Landen. Een engel overzag dit en maakte zich zorgen, Het kon nooit goed gaan als de mensen voor hun voedsel van de duivel moesten krijgen. Deze zou er vast verkeerde dingen meedoen. God had in haar ogen een foutje gemaakt! De engel vertelde aan God dat de mensen als basisvoedsel boekweit en haver nodig hadden en dat het nooit goed zou aflopen als dat via de duivel ging. God gaf direct toe, dat hij bij de verdeling van het voedsel ondoordacht had gehandeld. Daarom kreeg de engel de opdracht om de granen terug te geven aan de mensen door deze met de duivel te ruilen voor iets anders. Daarop trok de engel naar het woongebied van de duivel. De duivel was nog altijd zeer tevreden over zijn beheer over boekweit en haver. Tevreden zong hij bijna de hele dag “haver en boekweit, boekweit en haver, haver en boekweit, boekweit en haver”. De engel begreep dat de duivel ze niet zomaar zou inwisselen. Daarom bedacht ze een list. Ze ging naar | Brandnetels © Foto Els Baars de duivel en zei “nee, duivel, het is geen haver en boekweit, maar netel en distel”. De duivel keek haar aan of ze gek was en ging door met zijn “boekweit en haver”, maar de engel bleef maar zeggen “”nee, netel en distel, distel en netel”, dagen lang. De duivel werd er gek van. Toen de duivel een nacht slecht had geslapen en de engel weer hoorde roepen, “netel en distel”, raakte hij in de war en zei ook “netel en distel, distel en netel”. En toen de engel dit hoorde, ging ze er als een speer vandoor en gaf de haver en de boekweit terug aan de mensen. Toen de duivel de wisseltruc ontdekte werd ie razend en was des duivels. Daarom voegde hij als wraak iets toe aan de netels: jeukend vuur. Vanaf die dag brand je je vingers als je brandnetels plukt. Dat is de vurige wraak die de duivel heeft toegevoegd aan een gezonde, veelzijdige plant, die daardoor plots een duivelsplant werd, de brandnetel. Brandnetels ziet u vaak langs wandelpaden in natuurgebieden, dat komt omdat ze het liefst op voedselrijke bodems groeien: hondenpoep is mest. Ze prikken en jeuken bij het aanraken, maar als u de brandnetel van onder naar boven oppakt,prikt u zich niet! Hoewel niet populair zijn brandnetels heel nuttig. Vooral de jonge toppen worden gebruikt in soepen en theeën vanwege hun reinigend vermogen. Vlinders als atalanta, dagpauwoog en kleine vos, leven als rups van brandnetels. Van de vezels wordt neteldoek gemaakt.
|