de liefde tussen een elfje en een kabouter
In de zomer zijn vele vlakten en open plekken prachtig rozerood gekleurd door de bloemen van het wilgenroosje. Het ontstaan van het wilgenroosje is een romantisch verhaal,luister: Lang, lang geleden leefde aan de rand van het bos, te midden van prachtige bloemen een elfenfamilie in een wilde rozenstruik. Op warme zomerdagen speelden de kleine elfjes in de koele schaduw van het bos, aan de rand van een meertje. Op een mooie dag speelde een elfje aan de voet van een oude grote wilg, toen ze blij verrast een klein kaboutertje naar beneden zag klimmen. Sinds die dag speelden het elfje en het kaboutertje op alle warme dagen samen in het koele bos. Toen zij groter groeiden werden ze verliefd op elkaar. Zij vertelden hun ouders dat ze samen wilden gaan wonen. De verbazing en ontzetting bij de wederzijdse ouders was zo groot dat ze het hun kinderen verboden. Elfen en kabouters trouwen niet met elkaar! Elfen trouwen met elfen en kabouters met kabouters. Het bedroefde elfje en de verdrietige kabouter vroegen de elfenkoningin om raad en goedkeuring. Deze zei: "een kabouter en een elfje op één kussen, daar zit de duivel tussen". De kabouter ging terug naar zijn wilg en treurde wekenlang, waardoor zijn wilg in een treurwilg veranderde. Ook het elfje ging terug naar haar rozenstruik aan de rand van het bos en huilde dagenlang. De elfenkoningin kon deze droefenis niet aanzien en trok op een heldere herfstdag naar de kabouterkoning voor overleg. Gezamenlijk besloten zij in grote wijsheid dat de twee voor altijd samen mochten leven, maar niet in de gedaante van elf en kabouter maar in een nieuwe gedaante: in de vorm het Wilgen-roosje. Dankbaar en gelukkig aanvaarden ze het voorstel. En zo leefden ze nog lang en gelukkig en kregen vele nakomelingen.
Met dank aan Els Löhr, IVN Leiden.
| bloemen en zaad van het wilgenroosje © Foto Els Baars, 1xklikken=vergrotenAls u goed kijkt naar het wilgenroosje, dan herkent u 's zomer in de prachtige tere roze bloemblaadjes de vleugeltjes van het elfje, in het stampertje het feeënstokje en in de herfst de harige baard van de kabouter in het pluizige zaad. Het wilgenroosje komt algemeen voor op open plekken en ruigten, zoals weg- en slootkanten, bouwterreinen. Hoewel het een pioniersplant is, vermeerdert het zich voornamelijk via lange wortelstokken, die wel 25 jaar oud kunnen worden en jaarringen vertonen! Reeën zijn er dol op en het wilgenroosje wordt daarom in het bos als indicatorsoort beschouwd. Komen op open plekken in het bos weinig wilgenroosjes voor, dan zijn daar waarschijnlijk veel reeën, zien we veel wilgenroosjes, dan zijn er geen of weinig reeën. Na de bloei produceert de plant honderdduizenden pluizige zaadjes, die door de wind ver weg gevoerd worden. De zaadjes blijven jarenlang kiemkrachtig. oooooo
|