Heeft u zich wel eens afgevraagd waarom de specht er zo 'bontgekleurd' uitziet? Waarom hij steeds maar roffelt op de dode takken van bomen? En waarom hij zo 'golvend' vliegt? Het antwoord vindt u in dit Romeinse sprookje,luister: Lang geleden was er eens een koning, een echte koning. Een koning met een cape van zwart bont, een wit zijden hemd, een rode satijnen broek en hoge grijze laarzen met opvallen grote, sterke voeten. Hij was een koning met een kroon, een grote donkere kroon met, gek genoeg, een grote rode steen aan de achterzijde. Als de koning passeerde wist iedereen: dat is de koning! In een donker en ondoordringbaar woud woonde eens een heks, een sterke stoere heks. Die heks was de baas van dat bos. Ze was een echte heks, een heks die kon toveren. Als ze wilde veranderde ze zichzelf in een klein meisje of in een beer, maar ze kon ook mensen betoveren. De heks kende de koning niet, wist niet eens dat hij bestond. De koning kende nog niet ieder plekje in zijn hele koninkrijk en als hij eens tijd over had, steeg hij te paard om weer nieuwe streken te ontdekken. Op een dag galoppeerde hij met zijn ranke hengst in een woud waar hij nog nooit was geweest. Het was er donker en zelfs voor de koning een beetje eng. De koning galoppeerde in het woud van de heks, maar hij wist niet dat de heks bestond. Toevallig liep de heks op het pad, toen ze in de verte de koning naderbij zag galopperen. Ze wist meteen dat het een koning was, want hij droeg een dierenvel en een kroon. Vliegensvlug veranderde ze zichzelf in een mooie aantrekkelijke vrouw. De koning stopte toen hij de mooie jonge vrouw zag. De koning zei ”hallo” en de vrouw/heks glimlachte. Ze vroeg aan de koning wat hij kwam | Grote bonte specht; © Foto Foto Mike Melis
doen en hij antwoordde dat hij zijn landerijen kwam bekijken. De ogen van de heks, maar de koning wist niet dat ze een heks was, schoten vuur toen hij “mijn landerijen” zei en ze vertelde hem ondubbelzinnig dat het háár bos was. Maar de koning antwoordde dat híj de koning was en dat alle land in de hele omtrek van hém was. De heks beet hem met felle donkere ogen toe dat de koning op háár grondgebied was, waar zíj de baas was. En ze veranderde zich terug in een heks en gelijktijdig de koning in een vogel. Vanaf die dag vliegt er in dat bos een vogel. Als je goed kijkt, zie je dat hij een zwarte cape draagt, waaruit zijn witte hemdsmouwen steken van zijn witte hemd, een korte rode broek en dat hij grote grijze voeten heeft. En als je goed kijkt, zie je dat hij golvend vliegt, alsof hij nog steeds galoppeert op zijn paard. Ook hoor je hem roffelen op de bomen. Hij timmert nog steeds heel boos op de bomen, in de hoop dat hij de boom heeft gevonden waar de heks woont, om wraak te nemen en om de betovering te verbreken. |